– Belang en betekenis van de doorgaande lijn voor jonge kinderen in Nederland.
– Samenwerking op drie niveaus: formeel, relationeel en inhoudelijk.
– Inhoudelijke afstemming gaat ook over toenemende complexiteit in het aanbod.
Een belangrijk aandachtspunt in opvang en onderwijs is de integrale samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. Juist in de Nederlandse context, die twee aparte systemen kent, opvang en onderwijs, is dat geen sinecure.
Een doorgaande lijn is meeromvattend dan bestuurlijke afspraken, elkaar kennen en een overdracht. Het vraagt ook om een gedeelde taal en visie op ontwikkeling en leren van het jonge kind, een gemeenschappelijk doel en inhoudelijke afstemming.
We verkennen wat inhoudelijke afstemming tussen professionals op pedagogisch, didactisch en educatief terrein inhoudt. Daarnaast laten recente onderzoeksrapporten over de voor- en vroegschool (Onderwijsinspectie 2023, 2024) en de opvang (LKK 2024) zien dat de educatieve kwaliteit van voor- en vroegschoolse voorzieningen om meer uitdaging vraagt. Wat is er nodig om zowel kwaliteit als afstemming op dit vlak te bereiken?
Een belangrijk aandachtspunt in opvang en onderwijs is de integrale samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. Juist in de Nederlandse context, die twee aparte systemen kent, opvang en onderwijs, is dat geen sinecure.
Een doorgaande lijn is meeromvattend dan bestuurlijke afspraken, elkaar kennen en een overdracht. Het vraagt ook om een gedeelde taal en visie op ontwikkeling en leren van het jonge kind, een gemeenschappelijk doel en inhoudelijke afstemming.
We verkennen wat inhoudelijke afstemming tussen professionals op pedagogisch, didactisch en educatief terrein inhoudt. Daarnaast laten recente onderzoeksrapporten over de voor- en vroegschool (Onderwijsinspectie 2023, 2024) en de opvang (LKK 2024) zien dat de educatieve kwaliteit van voor- en vroegschoolse voorzieningen om meer uitdaging vraagt. Wat is er nodig om zowel kwaliteit als afstemming op dit vlak te bereiken?
1. Uitleg en bewustwording van het conceptueel verschil tussen ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie en de invloed ervan op het handelen van scholen.
2. Verkennen van vooroordelen en aannames, voorbeelden uit de praktijk en de gevolgen ervan voor inclusief onderwijs.
3. Praktische handvatten en strategieën om de samenwerking met ouders te versterken, gericht op gedeelde verantwoordelijkheid.
1. Wat is een diagnostische vraag en wat is het doel ervan?
2. Hoe ontwerp je goede vragen die misconcepties zichtbaar maken?
3. Zelf aan de slag gaan met diagnostische vragen maken.
– We gaan in op inclusief onderwijs in 2035
– We verkennen de toekomst
– We kijken ook naar het hier en nu