– Wat is relatief onderpresteren, en waarom blijft het vaak onopgemerkt in de klas?
– Wat zijn de gevolgen van (h)erkenning of het uitblijven daarvan voor de ontwikkeling van leerlingen?
– Hoe kun je als leraar onderpresteren signaleren én leerlingen praktisch stimuleren met evidence-informed aanpakken?
Relatief onderpresteren komt vaker voor dan je denkt: kinderen die op het eerste gezicht ‘voldoende’ presteren, maar eigenlijk onder hun mogelijkheden blijven. Dit blijft vaak onopgemerkt, met gevolgen voor hun motivatie, zelfvertrouwen en leerontwikkeling.
In deze sessie ontdek je hoe onderpresteren en onderstimulering ontstaan, en welke rol het onderwijs hier (onbedoeld) in kan spelen. Met evidence-informed inzichten en herkenbare praktijkvoorbeelden leer je hoe je onderpresteren in jouw groep kunt signaleren en aanpakken. Je krijgt praktische handvatten om kinderen gericht te stimuleren en uit te dagen, zodat hun talenten tot bloei komen, ook als ze niet meteen opvallen. Deze sessie is speciaal ontwikkeld voor leerkrachten basisonderwijs die elke leerling willen zien en ondersteunen, zodat niemand onnodig achterblijft.
Relatief onderpresteren komt vaker voor dan je denkt: kinderen die op het eerste gezicht ‘voldoende’ presteren, maar eigenlijk onder hun mogelijkheden blijven. Dit blijft vaak onopgemerkt, met gevolgen voor hun motivatie, zelfvertrouwen en leerontwikkeling.
In deze sessie ontdek je hoe onderpresteren en onderstimulering ontstaan, en welke rol het onderwijs hier (onbedoeld) in kan spelen. Met evidence-informed inzichten en herkenbare praktijkvoorbeelden leer je hoe je onderpresteren in jouw groep kunt signaleren en aanpakken. Je krijgt praktische handvatten om kinderen gericht te stimuleren en uit te dagen, zodat hun talenten tot bloei komen, ook als ze niet meteen opvallen. Deze sessie is speciaal ontwikkeld voor leerkrachten basisonderwijs die elke leerling willen zien en ondersteunen, zodat niemand onnodig achterblijft.
1. Uitleg en bewustwording van het conceptueel verschil tussen ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie en de invloed ervan op het handelen van scholen.
2. Verkennen van vooroordelen en aannames, voorbeelden uit de praktijk en de gevolgen ervan voor inclusief onderwijs.
3. Praktische handvatten en strategieën om de samenwerking met ouders te versterken, gericht op gedeelde verantwoordelijkheid.
1. Hoe herken je een leerling waarbij het cognitief talent niet direct opvalt?
2. Gevolgen van ondersignalering: mismatch!
3. Hoe passen de onderwijsbehoeften van deze leerlingen binnen inclusief onderwijs, zodat ook deze verborgen talenten hun potentie kunnen ontwikkelen.
1. Gewoon goed onderwijs
2. Ouderverbondenheid
3. Pedagogische relatie