– Algemene informatie over Autisme
– Methodiek ‘Geef me de 5’ en TEACH
– Aanpak in de klas
Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is een aangeboren psychiatrische ontwikkelingsstoornis op het gebied van informatieverwerking. Personen met autisme ervaren de wereld vaak gefragmenteerd, waardoor het overzicht en de context soms verloren gaan. Daarnaast spelen secundaire kenmerken zoals motorische uitdagingen, bijzondere talenten en zintuiglijke gevoeligheden een grote rol die het leren kunnen bemoeilijken.
Als ervaringsdeskundigen delen wij graag hoe wij binnen onze gestructureerde aanpak in de klas elke leerling écht zien: met oog voor hun beperkingen én hun unieke mogelijkheden. Zo creëren we een omgeving waarin autistische leerlingen zich veilig voelen, kunnen groeien en hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen.
Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is een aangeboren psychiatrische ontwikkelingsstoornis op het gebied van informatieverwerking. Personen met autisme ervaren de wereld vaak gefragmenteerd, waardoor het overzicht en de context soms verloren gaan. Daarnaast spelen secundaire kenmerken zoals motorische uitdagingen, bijzondere talenten en zintuiglijke gevoeligheden een grote rol die het leren kunnen bemoeilijken.
Als ervaringsdeskundigen delen wij graag hoe wij binnen onze gestructureerde aanpak in de klas elke leerling écht zien: met oog voor hun beperkingen én hun unieke mogelijkheden. Zo creëren we een omgeving waarin autistische leerlingen zich veilig voelen, kunnen groeien en hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen.
– Wat is relatief onderpresteren, en waarom blijft het vaak onopgemerkt in de klas?
– Wat zijn de gevolgen van (h)erkenning of het uitblijven daarvan voor de ontwikkeling van leerlingen?
– Hoe kun je als leraar onderpresteren signaleren én leerlingen praktisch stimuleren met evidence-informed aanpakken?
Wat is de participatiewet?
Doel: iedereen, die kan werken, doet mee.
Wat werkt?
1. Waarom wordt kindermishandeling nog zo vaak gemist, ook als het recht voor onze ogen gebeurt?
2. Wat doet langdurig zwijgen met een kind op korte én lange termijn?
3. Wat is er nodig om werkelijk verschil te maken voor kinderen in kwetsbare thuissituaties?